Waarom luchtkwaliteit een uitdaging blijft in ondergrondse parkeergarages

Volg ons

Waarom luchtkwaliteit een uitdaging blijft in ondergrondse parkeergarages

In overdekte of ondergrondse parkeergarages is luchtkwaliteit geen kwestie van comfort, maar een wettelijke verplichting.

Zodra een parking een bepaald aantal plaatsen overschrijdt, valt deze onder de regelgeving voor ingedeelde inrichtingen. Dat brengt specifieke eisen met zich mee op het vlak van veiligheid, ventilatie en beheer van verontreinigende stoffen.

De exploitant moet kunnen garanderen dat de lucht permanent ademhalingsveilig blijft, ondanks de aanwezigheid van voertuigen met verbrandingsmotoren en schommelende verkeersstromen.

Polluenten die nauwlettend opgevolgd moeten worden

In parkeergarages zijn koolmonoxide (CO) en stikstofdioxide (NO₂) de meest kritische gassen. Ze zijn rechtstreeks gelinkt aan motoruitstoot, vooral bij het starten en bij langzaam rijdend verkeer.

Deze gassen brengen verschillende maar complementaire risico’s met zich mee. CO werkt snel in op het lichaam en kan acute vergiftiging veroorzaken. NO₂ daarentegen is irriterend en wordt al problematisch bij lage concentraties wanneer blootstelling zich herhaalt.

Ventilatie, verplicht… maar niet voldoende op zich

De regelgeving beperkt zich niet tot het installeren van een ventilatiesysteem—ze vereist dat het systeem effectief functioneert op de momenten die ertoe doen, namelijk wanneer uitlaatgassen vrijkomen.

Hier ontstaat de complexiteit, aangezien het gebruik van een parkeergarage nooit constant is.

Tijdens een piekmoment, zoals op maandagochtend, kan de luchtkwaliteit binnen enkele minuten verslechteren. Omgekeerd heeft een lege parking geen nood aan continue ventilatie. Systemen die enkel gebaseerd zijn op permanente werking of vaste tijdschema’s spelen onvoldoende in op deze variaties.

In de praktijk ontstaan twee belangrijke risico’s:

  • Onvoldoende ventilatie tijdens pieken in vervuiling
  • Onnodig energieverbruik wanneer ventilatie blijft draaien zonder noodzaak

In beide gevallen wordt het doel van de regelgeving niet bereikt.

Wat naleving in de praktijk betekent

Hoewel de regelgeving niet altijd exacte technische oplossingen voorschrijft, legt ze wel duidelijke operationele verwachtingen op:

  • De luchtkwaliteit moet te allen tijde gewaarborgd zijn, ook bij piekgebruik
  • Installaties moeten reageren wanneer drempelwaarden worden overschreden
  • De exploitant moet kunnen aantonen dat systemen correct functioneren
  • Installaties moeten regelmatig onderhouden worden

Met andere woorden: ventilatie installeren volstaat niet—men moet kunnen aantonen dat ze op het juiste moment doeltreffend werkt.

Detectie als basis voor een doeltreffende aansturing

Gasdetectie wordt daarbij een cruciale schakel. Ze maakt het mogelijk om het systeem aan te sturen op basis van reële metingen in plaats van aannames.

In een goed ontworpen systeem verloopt dit proces als volgt:

  1. Gasconcentraties worden continu gemeten
  2. Vooraf ingestelde drempels activeren automatisch acties
  3. De ventilatie past zich aan de situatie aan
  4. Gebruikers worden geïnformeerd bij risico

De aanpak van Dalemans afgestemd op de praktijk

Als specialist in gasdetectie ontwikkelt Dalemans oplossingen voor veeleisende omgevingen zoals ondergrondse parkeergarages. Het S.Vx-gasdetectiesysteem sluit hierbij aan.

Een vaak onderschat aspect is de plaatsing van sensoren. In veel installaties worden metingen uitgevoerd op hoogte of op locaties die niet representatief zijn voor de werkelijke blootstelling. Dalemans kiest voor detectie op 1,5 meter hoogte—ter hoogte van de ademzone. Met de D.CAN Gen2-detector wordt data direct bruikbaar, omdat deze rechtstreeks verband houdt met de werkelijke blootstelling van gebruikers.

Het systeem beschikt ook over instelbare drempelwaarden voor CO en NO₂, met een automatische aansturingslogica. Wanneer een drempel wordt bereikt, worden ventilatiegroepen automatisch geactiveerd, zonder menselijke tussenkomst. Tegelijk kunnen visuele en auditieve signalen—zoals lichtpanelen, sirenes of flitslichten—worden geactiveerd om risico’s zichtbaar te maken.

Deze aanpak voorkomt twee veelvoorkomende problemen: ventilatiesystemen die onnodig blijven draaien, en installaties die te laat reageren door gebrek aan detectie.

Continue opvolging als operationele noodzaak

Naast realtime reactie vereist de regelgeving ook opvolging en traceerbaarheid. Bij controles moet de exploitant kunnen aantonen dat de systemen correct functioneren.

Het V.Touch-platform van Dalemans centraliseert alle gegevens en maakt monitoring op afstand mogelijk. Gasconcentraties, ventilatieactivaties en alarmen kunnen continu worden opgevolgd en geanalyseerd. Zo blijft de installatie permanent onder controle, met de mogelijkheid om op afstand in te grijpen en interventies ter plaatse te beperken.

Conformiteit met EN 50545-1

Het S.Vx-gasdetectiesysteem, vervaardigd door Dalemans, voldoet aan de norm EN 50545-1, die drempelwaarden en detectievereisten voor parkeergarages vastlegt.

De bescherming van mensen en infrastructuur vormt het uitgangspunt. De oplossingen van Dalemans zijn ontworpen om afwijkingen te detecteren en onmiddellijk te reageren bij gevaar.

Wat u moet onthouden

Het ventileren van een parkeergarage is niet voldoende. De echte uitdaging ligt in het beheersen van de lucht die erin circuleert. Zolang de luchtkwaliteit niet wordt gemeten, blijft de werking deels gebaseerd op aannames. De regelgeving daarentegen is resultaatgericht: ze vereist onder alle omstandigheden ademhalingsveilige lucht.

Daarin zit het verschil. Tussen installaties die continu draaien en installaties die zich in realtime aanpassen, gaat het niet alleen om techniek, maar om de manier waarop ze in de praktijk functioneren.

In de praktijk kan alleen een aanpak die detectie, aansturing en supervisie combineert deze uitdagingen effectief aanpakken. Dat is precies wat de S Line-reeks van Dalemans biedt (met de S.Vx-centrale, D.CAN Gen2-detectoren en V.Touch-supervisie).