In een laboratorium is gasdetectie essentieel voor zowel de veiligheid van medewerkers als de bedrijfszekerheid van de installaties.
Sommige gassen, zoals ammoniak (NH₃), zwaveldioxide (SO₂) en waterstofperoxide (H₂O₂), zijn toxisch. Andere, zoals waterstof (H₂) en butaan (C₄H₁₀), zijn ontvlambaar. Daarnaast kunnen inerte gassen, zoals argon (Ar), het zuurstofgehalte in een ruimte verlagen zonder dat dit direct waarneembaar is.
In de meeste laboratoria zijn detectiepunten al strategisch geplaatst, bijvoorbeeld in opslagruimtes, zuurkasten, geventileerde veiligheidskasten of technische lokalen. Voor de beheerder draait het daarom niet alleen om het meten van gasconcentraties, maar vooral om snel inzicht te krijgen in wat er op elk detectiepunt gebeurt en alarmen onmiddellijk te kunnen lokaliseren.
Vanuit die behoefte werd een SMART-architectuur ontwikkeld waarin DALEMANS-gasdetectoren en -centrales worden gecombineerd met de V.Touch-bedieningsinterface.
DALEMANS-detectoren worden zo dicht mogelijk bij de te bewaken zones geplaatst. De exacte locatie hangt af van het type gas, de mogelijke lekbronnen, de ventilatie en de configuratie van het gebouw.
De DALEMANS-centrale vormt het hart van het gasdetectiesysteem. Ze verwerkt de meetgegevens, bewaakt de ingestelde alarmdrempels en stuurt de veiligheidsfuncties aan die tijdens het ontwerp van de installatie zijn voorzien.
Wanneer een alarmdrempel wordt overschreden, kan de centrale automatisch één of meerdere beveiligingsvoorzieningen activeren. Dankzij 6 tot 18 programmeerbare alarmrelais, een Modbus TCP-interface en optionele analoge uitgangen kan ze bijvoorbeeld de ventilatie rechtstreeks aansturen of informatie doorgeven aan een extern systeem.
De V.Touch-interface vervult een aanvullende rol. Ze is gekoppeld aan de centrale en brengt alle relevante informatie samen in één overzichtelijke omgeving. Zo beschikken operatoren, onderhoudsteams en HSE-verantwoordelijken steeds over dezelfde actuele gegevens.
De schermen kunnen worden afgestemd op de indeling van het laboratorium. Een totaaloverzicht toont de volledige installatie, terwijl detailschermen inzoomen op een specifieke ruimte, zone of detector.
In laboratoria met meerdere detectiepunten maakt dit het mogelijk om onmiddellijk te zien welke detector een alarm of storing heeft veroorzaakt, zonder eerst de volledige installatie te moeten analyseren.
Neem het voorbeeld van een verhoogde waterstofconcentratie in een technisch lokaal.
De detector stuurt de meetwaarde onmiddellijk door naar de centrale. Die verwerkt het alarm volgens de geconfigureerde drempels en activeert automatisch de voorziene veiligheidsmaatregelen. Zo kan de ventilatie worden ingeschakeld, een akoestisch of visueel alarm worden geactiveerd of een melding worden doorgestuurd naar een extern systeem.
Tegelijkertijd toont V.Touch de betrokken ruimte, het gedetecteerde gas, het alarmniveau en de evolutie van de concentratie. De operator beschikt daardoor meteen over alle informatie om de situatie op te volgen en de status van het systeem te controleren.
Na afloop blijven het alarm, de bevestiging ervan en alle bijbehorende gegevens beschikbaar in de historiek. Zo kunnen de betrokken detector, de geregistreerde concentraties en het volledige verloop van het incident eenvoudig worden geraadpleegd.
Ook voor onderhoud biedt deze SMART-architectuur een duidelijke meerwaarde.
Zonder gedetailleerde informatie weet een technicus vaak alleen dát er een storing is. De oorzaak wordt pas duidelijk wanneer hij ter plaatse bij de detector arriveert.
Dankzij de gegevens die door de detectoren en de HMI worden verzameld, kan een interventie veel beter worden voorbereid.
Wanneer een detector een storing of afwijkende status meldt, kan de technicus het betreffende detectiepunt onmiddellijk terugvinden in de interface. Hij raadpleegt de recente gebeurtenissen en controleert beschikbare informatie over de kalibratie. Zo weet hij vooraf welke detector aandacht vereist en krijgt hij al een eerste indicatie van de uit te voeren werkzaamheden.
Het systeem maakt onder meer onderscheid tussen:
De keuze van een detector hangt af van het type gas, het meetbereik en de toepassingsomstandigheden. Ook de plaatsing is bepalend en moet rekening houden met de ventilatie, het volume van de ruimte, mogelijke lekbronnen en het gedrag van het gas in de lucht.
Daarnaast verschilt ook het normatieve kader afhankelijk van het risico:
Deze normen zijn echter niet automatisch op elk laboratorium van toepassing. De relevante eisen moeten steeds worden beoordeeld in functie van de gebruikte gassen, de aanwezige hoeveelheden en de specifieke processen.
Door DALEMANS-detectoren en -centrales te combineren met de V.Touch-interface gaat gasdetectie verder dan het louter signaleren van een risico. Alle gegevens worden gecentraliseerd, historisch opgeslagen en beschikbaar gemaakt voor de teams die instaan voor de dagelijkse exploitatie van het laboratorium.
Zo ontstaat een geïntegreerde aanpak waarin detectie, visualisatie en onderhoud naadloos op elkaar aansluiten. Operatoren kunnen alarmen efficiënt opvolgen, onderhoudstechnici bereiden interventies voor op basis van beschikbare data en HSE-verantwoordelijken beschikken over de nodige informatie om de installatie duurzaam te beheren.