Inloggen

Wachtwoord vergeten?

HVAC 2019
CATALOGUS

Nu beschikbaar

 

Wat is gasdetectie ?

PREVENTIEVE VEILIGHEIDMAATREGELEN

Gasdetectie behoort tot een reeks van preventieve veiligheidsmaatregelen. Zij spoort een abnormale gasconcentratie op in een welbepaalde omgeving vooraleer deze de oorzaak zou kunnen zijn van dramatische gevolgen voor goederen en personen (explosies, brand, intoxicatie…).

Omdat het over veiligheid gaat is het belangrijk dat de gasdetectie onderworpen wordt aan strenge kwaliteitscontroles zowel tijdens het ontwerp en de productie als tijdens de indienststellingen en het onderhoud. Deze controles worden uitgevoerd door verschillende officiële instanties die een totale betrouwbaarheid garanderen.


SAMENSTELLIING VAN EEN GASDETECTIESYSTEEM

Een gasdetectie is samengesteld uit

  • Detectors voor één of meerdere gassen al dan niet ATEX gekeurd volgens de behoeften (1).
  • Centrales die de informatie van de detectors (2) ontvangen en die reageren via verschillende randapparatuur
    (sluiten van de toevoerkranen, aansturen van de ventilatie, aansturen van waarschuwingspanelen of
    sirenes, …) (3).

shema-intro-2015

Gedetecteerde gassen

De meeste gassen, explosief of toxisch, en zuurstof kunnen op een doeltreffende manier gedetecteerd en gemeten worden.
CH– C3H8 – C4H10 – CxH– Cl– CO – CO– H2 – O– LPG – NH3 – NO

TABEL MET DE BELANGRIJKSTE GASSEN

Belangrijkste toepassingen

Meetprincipes

KATALYTISCH MEETPRINCIPE

Het gevoelig element van de detector is samengesteld uit 2 platinadraden die elektrisch opgewarmd worden tot ongeveer 400 °C.

Eén van hen (1) is bedekt met een actieve katalytische laag die onder de aanwezigheid van brandbaar gas sterk verhit.

Deze temperatuursverhoging verhoogt de weerstand van dit element die gemeten wordt in de centrale. Het andere filament (2), passief, dient als thermische compensator.


ELEKTROCHEMISCH MEETPRINCIPE

De elektrochemische cel is samengesteld uit een werkelektrode (1), een tegen-elektrode (2) en een referentie-elektrode (3). Deze elektroden baden in een elektrolyt in de binnenkant van de behuizing van de cel die zelf voorzien is van een gas doorlaatbaar membraan (4).

Het gas dat doordringt aan de binnenkant van de cel genereert een chemische reactie aan de werkelektrode en aan de tegen-elektrode. Deze veroorzaakt een elektrische stroom proportioneel aan de aanwezige gas concentratie, tussen de 2 elektroden.

Deze stroom wordt gemeten op het externe circuit (5) op hetwelk de cel is aangesloten. De derde elektrode dient als referentie voor een stabiele meting.


INFRAROOD MEETPRINCIPE

De infrarode cel werkt volgens het niet dispersieve infrarood principe(NDIR). De cel is samengesteld uit een behuizing met:

  • een diffusiemembraan (1),
  • een meetkamer (2),
  • een IR bron (3),
  • een actieve detector (4) en
  • een referentiedetector (4’).

Het gas dat binnendringt in de meetkamer absorbeert, op een welbepaalde golflengte , en deel van de straling komende van de IR bron. De actieve detector meet de overblijvende IR stralingen en bepaald alzo de aanwezige gasconcentratie. De referentiedetector meet de IR straling op een golflengte die niet beïnvloed wordt door het aanwezige gas. Dit signaal dient als compensator voor elke variatie aan IR straling die niet afkomstig is van de absorptie van het te detecteren gas zoals temperatuursvariaties, vochtigheid, enz …

Dit laat een juiste en betrouwbare meting toe in alle omstandigheden.


HALFGELEIDER MEETPRINCIPE

De meetcel is samengesteld uit een niet geleidend element, b.v. silicium (1) op welke een halfgeleidend metaaloxide is afgezet (2).

2 elektroden verbonden met een meetinstrument zijn geconnecteerd met het halfgeleidermateriaal (3).

Bij gebrek aan gas wordt zuurstof geïoniseerd op het oppervlak van de detector en wordt deze halfgeleider.

Wanneer een gas aan de meetcel komt nemen die moleculen de plaats in van de zuurstofionen en veroorzaken ze een vermindering in weerstand tussen die 2 elektroden. Deze verandering wordt elektrisch gemeten (4) en is proportioneel met de aanwezige gasconcentratie.

Een warmte-element (5) zorgt voor de stabilisatie van de temperatuur in de detector wat de meting bevordert en de effecten door externe temperatuurschommelingen vermindert.